Fysiotherapie zeer effectief bij knieartrose met nevenaandoening

– Promotieonderzoek toont aan – Patiënten met knieartrose, gecombineerd met andere klachten als hartfalen, COPD en diabetes type 2 hebben aantoonbaar baat bij behandeling door een fysiotherapeut. Deze verrassende conclusie trok Mariëtte de Rooij uit haar promotie-onderzoek ‘Comorbidity in knee osteoarthritis. Development and evaluation of tailored exercise therapy’. Zij ontving er vandaag, tijdens de jaarlijkse Wetenschapsdag van het KNGF en het Wetenschappelijk College Fysiotherapie (WCF), de WCF Proefschriftprijs voor.

Bij de behandeling van knieartrose –een van de 10 meest invaliderende ziekten- is fysiotherapie bewezen  effectief. Echter, tot nu toe was dat niet bewezen voor patiënten die daarnaast nog een ernstige aandoening als hartfalen, COPD en diabetes type 2 hebben. Dergelijke aandoeningen kunnen immers direct van invloed zijn op de behandeling. Daarbij komt dat patiënten met zogenaamde comorbiditeit altijd uitgesloten werden van wetenschappelijk onderzoek. Bovendien is er in de dagelijkse praktijk vaak onvoldoende inzicht hoe met deze patiënten om te gaan terwijl comorbiditeit wél bij een meerderheid van patiënten met knieartrose voorkomt.

Fysiotherapeut en promovenda Mariëtte de Rooij toonde de effectiviteit van fysiotherapie aan bij patiënten met knieartrose, gecombineerd met een ernstige aandoening, tijdens een grote RCT-studie. Daarbij ontwikkelde zij eerst specifieke behandelprotocollen voor verschillende comorbiditeiten, die werden getest tijdens verschillende pilots.Het promotieonderzoek van De Rooij maakt onderdeel uit van het zogenaamde DO-IT onderzoeksprogramma, dat wordt gefinancierd door het KNGF. Inmiddels wordt een vervolgonderzoek uitgevoerd, waarbij wordt gekeken of deze specifieke behandelprotocollen ook effectief en veilig kunnen worden toegepast in de eerstelijns fysiotherapie.

Wetenschapsdag FysiotherapieTijdens de 11e Wetenschapsdag van het KNGF benadrukte KNGF-voorzitter Guusje ter Horst in haar openingsspeech het belang van onderzoek naar fysiotherapie. Dankzij de wetenschap komt fysiotherapie weer deels terug in het basisverzekering. Dit geldt sinds 2017 voor claudicatio intermittens (etalagebenen) en zal vanaf 2018 ook gelden voor fysiotherapie bij knie- en heupartrose. De Minister heeft opdracht gegeven om ook voor andere aandoeningen uit te laten zoeken of er voldoende evidentie voor fysiotherapie is om deze aandoeningen toe te voegen aan het basispakket.

WCF-voorzitter Lex Bouter: “Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat fysiotherapie voor een groot aantal aandoeningen een effectieve interventie is.  Het is essentieel om het fysiotherapeutisch handelen verder te onderbouwen, om de inhoudelijke kwaliteit van de patiëntenzorg te verbeteren en de positie van de fysiotherapeut als behandelaar in de multidisciplinaire keten te versterken. Dit sluit ook aan op de maatschappelijke en politieke vraag om de gezondheidszorg nader te onderbouwen en te optimaliseren”.

Slecht cholesterol draagt mogelijk bij aan artrose

Artrose is een reumatische aandoening waarbij het kraakbeen in de gewrichten dunner en zachter wordt. Dit geeft een pijnlijk en stijf gevoel in de gewrichten tijdens beweging. Hoewel eerst gedacht werd dat de oorzaak gewrichtsslijtage is, wordt steeds duidelijker dat ook ontstekingsprocessen en de stoffen die daarbij vrijkomen bijdragen aan de ernst van artrose. Daarnaast groeit het bewijs dat er een verband is tussen hoge cholesterolwaardes en ontstekingsziekten. Wouter de Munter onderzocht daarom de rol van cholesterol bij artrose in muizen.

Artrose is een reumatische aandoening waarbij het kraakbeen in de gewrichten dunner en zachter wordt. Dit geeft een pijnlijk en stijf gevoel in de gewrichten tijdens beweging. Hoewel eerst gedacht werd dat de oorzaak gewrichtsslijtage is, wordt steeds duidelijker dat ook ontstekingsprocessen en de stoffen die daarbij vrijkomen bijdragen aan de ernst van artrose. Daarnaast groeit het bewijs dat er een verband is tussen hoge cholesterolwaardes en ontstekingsziekten. Wouter de Munter onderzocht daarom de rol van cholesterol bij artrose in muizen.

‘Slecht’ cholesterol

Cholesterol is een vetachtige stof en wordt getransporteerd in de vorm van eiwitbevattende deeltjes. Eén van deze deeltjes, low-density-lipoproteïnen (LDL), wordt ook wel het ‘slechte’ cholesterol genoemd. Verhoogd LDL veroorzaakt, na verandering door een reactie met zuurstof (oxidatie), beschadigingen aan de bloedvatwand, waardoor hart- en vaatziekten kunnen ontstaan. In het gewricht kan het op een vergelijkbare manier tot schade leiden. Om te ontrafelen welke vorm van LDL artrose veroorzaakt, injecteerde De Munter LDL of geoxideerd LDL in het muisgewricht. De Munter: “Zodra LDL zich opstapelt, kan het oxideren. We zagen dat voornamelijk geoxideerd LDL zorgt voor verschijnselen van artrose, en niet LDL.”

Extra botgroei

De Munter bekeek muizen die een cholesterolrijk dieet kregen en muizen die van nature hoge cholesterolwaardes hebben. Beide muizen ontwikkelden extra botvorming in het door artrose aangedane gewricht, wat leidt tot pijn en functiebeperking van het gewricht. Bepaalde afweercellen, macrofagen, bleken verantwoordelijk voor de extra aangroei van bot. De Munter: “Als geoxideerd LDL wordt opgenomen in macrofagen, activeren macrofagen groeifactoren die van nature veelal inactief aanwezig zijn in het gewricht. Activatie van groeifactoren kan stamcellen in het bot aanzetten tot het vormen van kraakbeen en bot.”

Ook andere cellen betrokken

Hoe belangrijk zijn de macrofagen bij artrose? Die vraag beantwoordde De Munter door macrofagen weg te halen uit het gewricht. “De macrofagen waren voornamelijk verantwoordelijk voor botvergroeiingen, maar het lijkt erop dat andere cellen onder invloed van geoxideerd LDL ontsteking en kraakbeenschade veroorzaken. Dat zijn processen die dus juist in afwezigheid van macrofagen een rol gaan spelen.”

Van muis naar mens

Het onderzoek van De Munter geeft een nieuwe kijk op het ontstaan van artrose. Voor artrose is nog geen genezing gevonden, maar het onderzoek geeft mogelijke aangrijpingspunten voor therapieën. “We hebben sterke aanwijzingen dat het in de mens op eenzelfde manier werkt, omdat er in mensen een relatie lijkt te bestaan tussen artrose en hoge cholesterolwaardes.” Vervolgonderzoek richt zich op de manier waarop macrofagen of andere cellen geoxideerd LDL opnemen. “Als we precies weten welke receptoren de cellen daarvoor gebruiken, kunnen we misschien lokaal de opname van geoxideerd LDL remmen. Daarmee beperk je schade in het gewricht.” Het onderzoek staat onder leiding van dr. Peter van Lent en wordt gefinancierd door het Reumafonds.

Nieuwe behandeling voor duimbasisartrose

Het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht heeft een nieuwe behandeling voor duimbasisartrose ontwikkeld. Artrose aan de basis van de duim is de tweede meest voorkomende vorm van artrose aan de hand en komt vooral bij vrouwen na de overgang voor. Van deze vrouwen heeft 1 op de 9 daadwerkelijk klachten. Dit percentage stijgt met toenemende leeftijd. Deze mensen ervaren in veel gevallen een zeurende pijn aan de basis van de duim, waardoor zij alledaagse handelingen niet of met veel moeite kunnen doen. De nieuwe behandeling is inmiddels toegepast bij een vijftal patiënten en de resultaten zijn hoopgevend: minder pijn en een betere functie van de duim.

Duimbasisartrose is slijtage van het zadelvormige gewricht tussen het middenhandsbeentje van de duim en een van de handwortelbeentjes. Anne Spaans, arts-onderzoeker bij het St. Antonius: “Omdat bestaande behandelingen niet altijd voldoende helpen, hebben wij als artsen van Plastische Chirurgie van het St. Antonius een nieuwe operatietechniek ontwikkeld: gewrichtsdistractie voor het duimbasisgewricht. Hierbij wordt een extern frame (distractor) over het aangedane duimbasisgewricht geplaatst en wordt het gewricht tijdelijk iets uit elkaar getrokken. Belangrijk voordeel van deze techniek is dat het eigen gewricht behouden kan blijven.”

Goede resultaten
De artsen hebben de nieuwe techniek inmiddels uitgevoerd bij vijf patiënten met klachten van duimbasisartrose. Deze patiënten hebben na een jaar minder pijn en een betere functie van de duim. “Het aangeleerde “beperkt” belasten en bewust gebruiken van mijn hand vervaagt steeds meer; over het algemeen kan ik zeggen dat ik geen dagelijkse pijn meer ervaar in mijn hand”, aldus een patiënte. Onderzoek bij patiënten met knie- en enkelartrose die met distractietherapie zijn behandeld, tonen ook op langere termijn goede resultaten. De artsen zijn enthousiast over de resultaten en willen de behandeling bij meer patiënten gaan uitvoeren. De nieuwe behandeling voor duimbasisartrose is ontwikkeld met financiële steun van het Reumafonds.

Ook last van duimbasisartrose?
Mensen die klachten hebben van duimbasisartrose, jonger zijn dan 65 jaar, nooit eerder aan dit gewricht geopereerd zijn en mogelijk deze behandeling zouden willen ondergaan, kunnen contact opnemen met de Polikliniek Plastische en Handchirurgie van het St. Antonius: (088) 320 24 00. Voor deze behandeling is een verwijzing van de huisarts nodig.

Alexander Techniek positief effect vermindering pijn bij knie artrose

Alexander Techniek bewezen positief effect op vermindering van pijn die optreedt bij knie artrose.

Lessen Alexander Techniek (AT) hebben een positief effect op vermindering van pijn die optreedt bij knie artrose. Dit effect is er nog steeds 15 maanden na de lessen AT.
Dit blijkt uit een klinisch wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd op 27 augustus 2016 in ‘BMC Musculoskeletal Disorders’. Het onderzoek laat tevens zien dat AT leidt tot een vermindering van co contractie van de spieren in de bovenbenen. Er was een correlatie tussen de reductie in pijn en de vermindering in spierspanning.

De mate van de pijn die veroorzaakt werd door artrose werd vastgesteld door middel van de ‘Western Ontario and McMaster Universities Arthritis Index’ (WOMAC). Deelnemers hadden een reductie van 56% in pijn in de WOMAC score na de lessen en 51% na 15 maanden – dat is een score die aanzienlijk hoger is dan bij de meeste standaard behandelingen, zoals bijvoorbeeld fysiotherapie, het gebruik van een brace of de interventies van de huisarts. 2/3 van de deelnemers, die voor de studie pijnstillers namen, hadden na de AT lessen minder of helemaal geen pijnstillers meer nodig.

Volgens de schrijvers is dit een eerste onderzoek naar de potentiële effectiviteit van een interventie die gericht is op bewustzijn van spierspanningspatronen in de klinische behandeling van knieartrose.

Alexander Techniek (AT) is een methode die tot doel heeft het bewust worden, verbeteren en voorkomen van ongunstige fysieke en mentale gewoonte patronen die zo vaak bijdragen aan het ontstaan van pijn, spanning en stress.
De lessen richten zich niet specifiek op het verminderen van kniepijn, maar op het verbeteren van de algehele coördinatie, balans, houding en spiertonus.

Van dagelijkse bewegingen zoals zitten, staan, bukken en lopen wordt geleerd hoe deze met meer gemak en souplesse kunnen worden uitgevoerd. Activiteiten zoals zitten tijdens computerwerk, wandelen, koken, autorijden of een muziekinstrument bespelen voelen hierdoor ontspannen en lichter aan.

AT wordt al ongeveer honderd jaar door zeer uiteenlopende mensen met veel succes gebruikt en wordt onderwezen aan de meeste Conservatoria van Nederland en op de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten aan de afdeling Dans en de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunst Academie.

Ontsteking gewrichtsbekleding belangrijk bij artrose

Ontstekingen in de binnenbekleding van gewrichten spelen een belangrijke rol bij schade en pijn door artrose. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Badelog de Lange-Brokaar. Dit inzicht helpt mogelijk bij het behandelen van deze veelvoorkomende aandoening waar nog geen goede remedie tegen is.

In de volksmond wordt artrose ook wel gewrichtsslijtage genoemd, maar die term dekt niet de hele lading. Promovenda Badelog de Lange-Brokaar ontdekte dat bij een groot deel van de artrosepatiënten ontstekingen voorkomen in het synovium, de binnenbekleding van de gewrichten.

Pijn en schade

De Lange-Brokaar toont in haar proefschrift aan dat ontsteking van het synovium (synovitis) niet alleen veel voorkomt bij artrosepatiënten, maar mogelijk ook een rol speelt in het ziekteproces.
“We zagen dat veel afweercellen in het ontstoken synovium actief waren. Ook was het opvallend dat de aanwezigheid van een bepaald type afweercel, de T-cel, samenhing met pijn. Een ander type afweercel, de mestcel, kwam juist vaker voor bij kraakbeenschade. Mogelijk spelen ze dus een rol bij het ontstaan van schade.” Waar de ontsteking in het gewricht voorkwam, bleek ook van belang. In de knie was ontsteking rond de knieschijf namelijk geassocieerd met pijn.

Artrose anders dan reuma

Net als bij reuma treden er dus ontstekingen op in de gewrichten bij artrose, maar er zijn ook verschillen. “Reuma is een auto-immuunziekte, waarbij je meestal reumafactoren in het bloed kunt aantonen. Hoe artrose precies ontstaat is nog niet bekend. Vermoed wordt dat door een kwetsuur aan het gewricht een ontstekingsreactie ontstaat die blijft voortduren. Wanneer die ontsteking zich uitbreidt ontstaat er uiteindelijk schade aan het kraakbeen”, aldus de promovenda. “Dit onderzoek laat zien dat ontsteking een belangrijke component van artrose is en het bestrijden ervan een belangrijke behandeldoel moet zijn.”

De Lange-Brokaar paste ook een patiëntvriendelijke manier toe voor het vaststellen van synovitis bij artrose. De gouden standaard daarvoor was altijd het bekijken van een stukje afgenomen weefsel onder de microscoop. De promovenda laat zien dat het ook met MRI kan.

Badelog de Lange-Brokaar promoveerde op 27 oktober op het proefschrift  Synovial inflammation in knee osteoarthritis, histological and imaging studies.

Immunity, Infection and Tolerance is een van de 7 profileringsgebieden van het LUMC.

Onderzoek naar stamcelbehandeling voor knieartrose

De afdeling Reumatische Ziekten van het Radboudumc neemt deel aan een grootschalig klinisch onderzoek waarbij stamcellen worden gebruikt voor de behandeling van knieartrose. Dit ADIPOA2 project, gecoördineerd door prof Frank Barry (Ierland), start binnenkort en wordt uitgevoerd door achttien instellingen in Ierland, Frankrijk, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Italië.

Artrose is een ongeneeslijke en invaliderende ziekte waaraan meer dan zeventig miljoen Europeanen lijden. De ziekte veroorzaakt ernstige en chronische pijn, gewrichtsverstijving en functieverlies. Op dit moment is er geen medicijn of andere medische behandeling die de ziekte kan beïnvloeden en veel patiënten ondergaan uiteindelijk een gewrichtsvervangende operatie.

Stamcellen uit buikvet
Het onderzoek bouwt voort op ADIPOA1. In dit project, dat in 2014 werd afgerond, werden artrosepatiënten behandeld met een eenmalige injectie van stamcellen die waren gekweekt uit lichaamseigen buikvet. Hier werd vooral gekeken naar de veiligheid van de behandeling, die toen bij achttien patiënten werd uitgevoerd. Op de positieve resultaten volgt nu dus een Europese Horizon 2020 beurs waarmee de effectiviteit van de behandeling verder wordt getest.

Gespecialiseerde centra
In het ADIPOA2 project worden 150 patiënten behandeld in tien Europese ziekenhuizen, waaronder  de afdeling Reumatische Ziekten van het Radboudumc in Nijmegen. De noodzakelijke stamcellen worden gemaakt door gespecialiseerde centra in Frankrijk, Duitsland en Ierland. Rogier Thurlings, reumatoloog en coördinerend klinisch onderzoeker in het Radboudumc: “Het ADIPOA2 project is uniek door de grootte van het onderzoek en de nauwe samenwerking van Europa’s leidende wetenschappelijke, klinische en technische experts in dit veld. We gaan zowel het effect van de behandeling nader onderzoeken als het mechanisme dat er aan ten grondslag ligt.”

Innovatieve therapie
Peter van Lent – medisch bioloog in het Radboudumc en leider van het onderzoek naar het mechanisme van de stamceltherapie voor knieartrose – hoopt dat deze innovatieve therapie met stamcellen de behandeling van artrose zal verbeteren. Van Lent: “Het zou mooi zijn als ADIPOA2, in combinatie met het werk van vele wetenschappers, clinici en stamcelexperts, binnen afzienbare tijd een effectieve behandeling oplevert voor de nu nog ongeneeslijke aandoening artrose.”

Stappenplan en zorgwijzer voor optimale artrosezorg

De afgelopen jaren is door een landelijk samenwerkingsverband van onderzoekers, behandelaars en patiëntenverenigingen, een stappenplan ontwikkeld voor mensen met artrose aan de heup of knie. Consequent gebruik leidt tot een optimale zorg voor deze patiënten en kan onnodige operaties voorkomen. Een landelijke invoering van dit stappenplan blijkt in de praktijk niet eenvoudig. Een speciale zorgwijzer voor patiënten is daarbij een belangrijk hulpmiddel. Dat zijn enkele van de belangrijkste resultaten van het promotieonderzoek van Agnes Smink, onderzoeker binnen het Reumacentrum van de Sint Maartenskliniek. Op 10 juni verdedigt zij haar proefschrift bij het VUmc in Amsterdam.

Artrose is een van de meest voorkomende reumatische aandoeningen in Nederland. Ongeveer acht procent van de Nederlanders heeft ermee te maken en onder ouderen neemt dit aantal sterk toe. Bij artrose gaat het gewrichtskraakbeen in kwaliteit achteruit en op den duur kan het zelfs verdwijnen. Ook kan er sprake zijn van ontstekingen en botvervormingen. Smink: “Veel mensen denken dat artrose ‘gewoon’ slijtage is, dat er niets aan te doen is en dat de enige oplossing een gewrichtsprothese is. In mijn onderzoek kwam naar voren veel zorgverleners dat ook denken. Het is echter een groot misverstand. Een operatie brengt bovendien de nodige risico’s en hoge kosten met zich mee, het is dus belangrijk om dat op het juiste moment in te zetten.”

Stappenplan
In haar promotieonderzoek heeft Smink met de landelijke stuurgroep Behandelstrategie Artrose en verschillende zorgverleners, organisaties en patiëntenverenigingen gekeken naar de huidige behandelingen van artrose. Op basis van bestaande (wetenschappelijke) inzichten en richtlijnen is een effectief plan ontwikkeld. “Het is een stappenplan, waarbij je telkens naar behoefte meer intensieve zorg inzet. Artrose is niet te genezen, maar de klachten kunnen wel worden verminderd door beweging, een gezonde levensstijl, goede pijnmedicatie en fysiotherapie. En bij onvoldoende resultaten kan een gewrichtsprothese worden toegepast.”, aldus Agnes Smink. Het stappenplan wordt al enkele jaren standaard toegepast en doorlopen met artrosepatiënten binnen de Sint Maartenskliniek.

Zorgwijzer
Samen met het stappenplan, is de zorgwijzer ‘Artrose van de heup of knie’ ontwikkeld tijdens het onderzoek. Dit boekje is vooral bedoeld voor patiënten en geeft informatie over de beste behandelmethoden voor artrose. Patiënten kunnen in de zorgwijzer ook hun eigen gegevens bijhouden. Smink: “Wij hopen dat de zorgwijzer bijdraagt aan meer zelfmanagement bij patiënten. De beste resultaten worden namelijk behaald door de behandeling consequent te blijven volgen. Dat laatste is niet altijd even makkelijk. Soms geven patiënten aan dat ze het bijvoorbeeld vervelend vinden om regelmatig paracetamol te slikken tegen de pijn. ‘Ik ben geen pillenmens’ hoor ik dan. Ik vraag wel eens met een glimlach terug ‘hou je dan wel van operaties?’ Naast de inhoudelijke behandelingen, is het net zo belangrijk om mensen te informeren en motiveren om dit stappenplan te volgen.”

Het stappenplan en de bijbehorende zorgwijzer komen voort uit een nationaal samenwerkingsverband van een aantal (universitaire) centra, beroepsverenigingen en het bestuur van de Bone & Joint Decade NL. Het project is mogelijk gemaakt door het Reumafonds, de Sint Maartenskliniek, het Koninklijk Genootschap voor Fysiotherapie, en het Annafonds.

Oefentherapie vermindert pijn bij knieartrose

Oefentherapie met stabiliteitstraining voor patiënten met knieartrose heeft geen meerwaarde ten opzichte van oefentherapie zonder deze oefeningen. Beide therapieën zijn even effectief in het bestrijden van onder andere pijn en knie-instabiliteit. Dit concludeert fysiotherapeut Jesper Knoop van Reade die beide therapieën vergeleek. Bovendien kunnen door training van de bovenbeenspieren, knievervangende operaties in sommige gevallen mogelijk worden uitgesteld. Knoop promoveert op 28 april bij VU medisch centrum.

Artrose van de knie is een veelvoorkomende reumatische aandoening die een grote impact heeft op het dagelijks leven van patiënten. Naast de bekende symptomen pijn, stijfheid en beperkingen in functioneren blijkt uit het onderzoek van Jesper Knoop dat ook instabiliteit – het gevoel dat de knie doorzakt of geen steun biedt – een belangrijke klacht is. Verzwakte bovenbeenspieren lijken hierbij een grote rol te spelen.

Knoop onderzocht de effectiviteit van een programma dat naast de normale spierversterkende en functionele oefeningen ook stabiliteitsoefeningen bevat. Hij testte het programma bij een groep van 159 patiënten met knieartrose die werden behandeld bij Reade, centrum voor revalidatie en reumatologie. Het bleek dat stabiliteitstraining geen meerwaarde heeft, maar dat beide programma’s wel voor grote verbeteringen in kniepijn, beperkingen in functioneren en kniestabiliteit zorgen. De oefentherapie blijkt ook te werken bij patiënten met een vergevorderd stadium van knieartrose. Hiermee kan mogelijk een knievervangende operatie bij deze patiënten worden uitgesteld.

Het onderzoek van Knoop suggereert ten slotte dat het versterken van de bovenbeenspieren erg belangrijk is bij de behandeling van knieartrose. Toekomstig onderzoek moet dit beter bestuderen om de oefentherapie te optimaliseren.

Een beetje afvallen vermindert de kans op artrose met een kwart

Als te zware vrouwen tussen vijftig jaar en zestig jaar vijf kilo afvallen, verminderen zij de kans op knie-artrose met 25 procent. Dat blijkt uit onderzoek van bewegingswetenschapper Jos Runhaar, die 17 september op zijn zogeheten PROOF-studie promoveert. De bevinding maakt deel uit van wereldwijd de eerste preventieve studie naar artrose waarin werd onderzocht of bewegen, gezond eten en/of het slikken van glucosamine sulfaat kunnen bijdragen aan het voorkomen van knieartrose.

Aan de studie deden 407 vrouwen van tussen de 50 en 60 jaar mee. Zij hadden allen overgewicht (een bmi van ->27), maar (nog) geen artrose. De vrouwen werden in twee groepen geloot: een groep die een individueel interventieprogramma van gezond eten en beweging kreeg aangeboden. En een controlegroep die geen interventie kreeg. Beide groepen werden bovendien in tweeën gesplitst: de ene helft van beide groepen kreeg na loting glucosamine sulfaat, een onschuldig voedingssupplement waaraan eigenschappen worden toegeschreven die gunstig zijn bij knieartrose. De andere helft kreeg een placebo. De vrouwen werden ruim twee jaar gevolgd.

Na analyse van de gegevens bleek dat niet onomstotelijk kon worden aangetoond dat de gezonde leefstijl en/of het slikken van het glucosamine sulfaat had bijgedragen aan het voorkomen van knieartrose. Onderzoeker Jos Runhaar: ,,De interventies, namelijk de aanpassing van de leefstijl en het slikken van de glucosamine, bleken  elkaar te hebben beïnvloed. Het aantal deelnemers was te klein om de effecten van de interventies goed, onafhankelijk van elkaar te kunnen evalueren.’’

Ofschoon hij niet heeft kunnen aantonen wat hij van tevoren had verwacht, is Runhaar tevreden. De bevinding dat een relatief kleine gewichtsreductie al bijdraagt aan het voorkomen van artrose (een aandoening die de samenleving 715 miljoen euro per jaar kost), is bemoedigend. Immers: in Nederland hebben 6,5 miljoen mensen matig tot ernstig overgewicht. Al langer was bekend dat overgewicht de kans op artrose vergroot.

,,In de groep die vijf kilo of 5 procent van zijn totale gewicht afviel kreeg 15 procent van de vrouwen artrose, in de groep die geen gewicht verloor was dat  20 procent. Huisartsen en fysiotherapeuten kunnen met deze bevindingen hun patiënten motiveren om hun leefstijl aan te passen. Bovendien biedt de studie aanknopingspunten voor vervolgonderzoek. We willen bijvoorbeeld gaan onderzoeken of het corrigeren van O-benen bijdraagt aan het voorkomen van knieartrose. Bij deelneemsters met O-benen en een BMI van 30 of meer ontstond namelijk significant meer knieartrose. We willen ook onderzoeken of de deelneemsters hun gewichtsverlies hebben kunnen vasthouden en of gewichtsverlies ook op langere termijn knieartrose voorkomt. ’’